hypothesen

In Nederland wordt al jaren hard gewerkt aan het stimuleren van huiseigenaren om te investeren in het energiezuiniger maken van hun woning. Er is veel geld gestoken in campagnes en motivatieprogramma’s, maar de resultaten vielen vaak tegen. Een belangrijke reden is het feit dat er weinig wordt geleerd van eerdere ervaringen. Het Meer Met Minder-praktijkteam heeft daarom op basis van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek een palet aan lessen en inzichten samengesteld voor energiebesparing in de bestaande woningbouw. Deze lessen kunnen u helpen uw project succesvol in te richten.

Het is moeilijk projecten te vinden waarvan op basis van een gedegen 0-meting en eindonderzoek is vast komen te staan wat het effect was. We weten vaak niet wat werkt en wat niet en doen daarom maar ‘wat ons verstandig lijkt’. Een andere oorzaak van de herhaalde fouten is dat bij het uitvoeren van Nederlandse campagnes de nadruk vooral lag op techniek en de financiële consequenties. Kennis van gedrag van de doelgroep bleef vaak buiten beschouwing. 

Succesvolle opzet en uitvoering
Het Meer Met Minder-praktijkteam heeft in haar onderzoek wel uitgebreid gekeken naar vakgebieden als psychologie, sociologie, gedragseconomie en marketing. Ook werden wetenschappelijk vastgestelde ervaringen meegenomen die elders zijn opgedaan met pogingen consumenten aan te zetten tot milieubewust gedrag. Op basis van divers onderzoeksmateriaal zijn algemene hypothesen opgesteld voor een succesvolle opzet en uitvoering van Nederlandse programma’s:

1. Door er bij de ontwikkeling van programma’s vanuit te gaan dat mensen economisch-rationeel denken en doen, wordt de kans op falen van een programma sterk vergroot.

2. Door ervan uit te gaan dat geld altijd de doorslaggevende factor is, worden veel kansen binnen een programma onbenut gelaten.

3. De oude marketingtechnieken werken niet meer.

4. Programma’s die niet worden ontwikkeld op basis van grondig feitenonderzoek, maar grotendeels op basis van persoonlijke intuïtie en speculatie, zijn vrijwel altijd gedoemd te mislukken.

5. Het algemeen belang is slechts in beperkte gevallen een motiverende factor voor mensen op wie energiebesparende programma’s zijn gericht.

6. Door doelgroepen zorgvuldig te onderscheiden en programma’s ‘op maat’ te ontwikkelen, neemt de kans op succes aanzienlijk toe.

7. Door consequent de belangen en bestaande fascinaties van de betrokken partijen als uitgangspunt te nemen (en dus niet het milieubelang), ontstaat de kans op aanstekelijk enthousiasme voor het programma.

8. Het bieden van (financiële) zekerheid is een voorwaarde voor succes.

9. De kracht van een programma wordt bepaald door zijn eenvoud en handelingsperspectief.

10. Als de doelgroep geen keuzemogelijkheden wordt gelaten, neemt de kans op weerstand tegen het programma toe.

11. Het stellen van duidelijke en eenvoudig te behalen deadlines vergroot de kans op succes.

12. Of de bij het programma betrokken partijen door de doelgroep als betrouwbaar worden ervaren, beïnvloedt in grote mate het succes van het programma.